Test  zondag 18 februari 2018

Ergens op het snijpunt                                                                                                                                 tussen feit en verzinsel,

daar waar allerlei vreemdsoortigs                                                                                                       een eigen leven gaat leiden.  ( tekst van Lauren Slater)

 

Zundert 5 december 2017

Hee ma
heel dapper, jaja reeds 3 weken
is hij gestopt met Seroxat,
in de 115 langs baantjespad
het is die ander die ‘t me moet uitleggen….
de hel zijn de anderen
die me vertellen hoe te genieten
als dat al iets is
is mijn huilen genieten
gestopt met drugs
moet ik huilen als ik Sinterklaas zie..
huilen om een lach
moet ik huilen om een kale tak
moest huilen als n klein meisje toen ik de lichtgroene envelop in de brievenbus liggen zag,
het stukje plakband Jij erop
heldin.

 

Balkon ( naar Boris Rizji )

De avond zon
schijnt op de Grote Kerk
en recht krom
als een asperge
duwt ze
haar grauw
en afgetrokken wit
de blauwe lucht in
het licht
maakt indruk,
op een balkon
zit ik een hoog
achter
en gluur
over de reling
mijn voeten hangen
tegen de tralies
languit….
ik zit in een kooitje,
schuin onder me
speelt in de arcade
een trompet en sax
Jazz oude stijl
blaast vals
mijn luie tenen
3
oude mannetjes
bewegen houterig
als kinderspeelgoed
een blonde vrouw danst met een parapluutje
ze heeft jouw handen
het Jazz kwartet
ze lopen
richting de stad
en hun toeterklanken
laag vliegen
het veranderd
in janken
van ’n scooter
die ze meeneemt
tot ze wegkwijnen
de geluiden
onder een zelfde boog
aan het eind
van de straat en verdwijnen
een hoek om.

 

Donker Zwart Varkentje,

Je bent prachtig Donker Zwart
Varkentje,
pootjes op de toetsen, je zit mooi
rechtop
streng en ontspannen, alsof een lach je inpakte
en vasthoudt aan het grote instrument.

Luister,
dit is een verhaal
van Donker Zwart Varkentje
de bloedstollend mooie
muziekjuf;
zij is een wijs dier
dat altijd hard werkt
onderweg naar de volgende les.
Allegro… hoor toch ‘s,
hoe het geklikklak van haar
hakjes
stalen traptreden geselt
’t laat galmen tussen de kale
muren
van haar muziekkasteel
op naar het eind
van een verlaten gang
achter een deur
waar haar verfijnde stem werkt
het ronde raampje in de deur beslaat.

Als de muziek stopt,
de piano gedooft
en ze alleen met haar iPhone is
dan…
drinkt ze om te ontspannen
kopjes cappuccino,
aan de rand van een bos
op een terras overgoten
met bloederig november blad
een dag als vandaag
vrijdagmiddag,
Varkentje zit en nipt van haar koffie.

Maar iets is anders vandaag …
tussen de losse blaadjes sist er wat
Donker Zwart Varkentje wil hier
weg
het terras af, onverwijld
staat ze op en vertrekt de cappuccino
achterlatend
het bos in.

In het bos slentert ze een
slingerpad af
dat ze dromen kan, onder oude platanen,
en vertrapt een dode tak, krak…
Varkentje kijkt omhoog
daar boven het bladerdek
daalt een bosnimf neer,
een hemels wezen
gedragen in een zilver-turquoise nevel
Varkentje’s mond valt open,
recht voor Varkentje’s neus
hangt de bosgodin;
‘dat treft dat ik jou hier tegenkom’ zegt ze,
Donker Zwart Varkentje denkt: ‘ What the Feck…,en
wat heb ik nou aan mijn fiets hangen…’
De spieren in Varkentje’s bevallige pootjes voelen wat slapjes
als de mistige bosnimf
vliegensvlug beweegt
een dubbele salto achterwaarts maakt,
en nu geruisloos blijft zweven
ter hoogte van Varkentje’s rechter oor;
‘nu zullen we het krijgen’ denkt Varkentje

de bosnimf fluistert: ‘ Ken jij Krullen Wolf, varkentje?’
‘Jajaja… ik ken Krullen Wolf,
heb met hem gewerkt
aan de muziekschool in de Molenstraat
werkelijk een artiest
met een goed muzikaal oor,
een uiterst charmant dier ook ’

‘ Wist je trouwens dat hij dichter is
en een van zijn gedichten aan jou opdraagt Varkentje
het is een nieuw werk
pas geschreven én nog ongelezen
ik heb het toevallig bij me.’
zegt de nimf
‘ Ik weet nergens niets van mevrouw nimf .’ antwoord Varkentje…
‘ maar het heeft er alle schijn van,
dat u speciaal voor mij dit bos in bent komen zweven
met exact dit speciale gedicht onder uw nimfenvleugels
om het nu onder mijn neus te schuiven
dus waarom ook niet,
kom maar op!’ zegt varkentje.

Het gedicht van de Wolf:

Ergens niet ( heel) ver weg
bestaat een parallelle wereld
waar het altijd schemert
daar stipt mijn denken aan jou
een plek aan op de tast
waar we heen zouden kunnen,
bang hoef je niet te zijn
lief zwart varkentje
leun maar tegen de vleugel
ik moet je fouilleren,
en sta je keurig stil
anders ga je op de gril
één aanraking,
een golf van geluk doortrekt mijn vlees,
aWoehhh…hierrr komt de Wolf
knibbel, knabbel, ga je knorren
ga je snorren varkentje, daar is mijn dikke…
aWoehhh…hierrr komt de Wolf.

Varkentje’s kastanjebruine ogen spugen vuur
‘een gedicht, ik…weet niet
voel je zijn zweterige klauwen!’
Varkentje gaat verder:
‘ Een bezwering, dat is het ja
behoorlijk overspannen ook,
kom zeg…
bestaat er een groter cliché, leerling wordt verliefd op pianolerares ? ‘

Je bent prachtig, Donker Zwart Varkentje,
pootjes op de toetsen, je zit mooi rechtop
streng en ontspannen, alsof een lach je inpakte
en vasthoudt aan het grote instrument.

‘ Was dit het, ik wil naar huis.’
zegt Varkentje
de bosnimf knikt en besluit,
‘ Wolf doodde de verliefde tijd,
met zingen aan jouw balkon varkentje
dat geloof ik echt…
O muziek,
is alles wat er is
onzichtbare Bloem van verderf.’
de nimf verdween en Varkentje liep,
na wat een lichte duizeling leek,
verder het slingerpad af.

S.K.© 2014

 

Geen Hoop

Er is geen hoop enkel een vergezicht

langs oude dakpannen, drijven wolken doodstil

de stad in terwijl de schemering valt

bloedt een roestige spijker uit op de raamstijl.

Al de verzinsels ideeën wat doet het er toe

ik lig wat op bed verder niks

niemand die me ziet behalve een spin hij is ook moe,

zwaar geworden van wijn

glijden we een angstdroom in

over die grote zwarte gletsjer

hoor ik het gezoem van de koelkast

de reutel , de stilte die erna valt

met me mee verhuisd is hoe vaak nog… stik.

Er is geen hoop steeds dezelfde geluiden

dezelfde troep al doorleef je eeuwen

gevangen in dit broos omhulsel waar het rommelt en broeit

de Salmonella waart door zijn kromme straten

in stegen, rondom stinkende poelen het onkruid groeit.

Het is ‘t voorportaal, waar Hades lacht om mijn hele bestaan

als maar hoger en hoger meer trappen op, een overloop

huurverhoging €49 p/m !, Lieve Heer wat heb ik U misdaan?

wéér al mijn meubels omhoog gesjouwd naar een zolder

er is geen hoop.

 

 Thursday Motel                                                             ( ‘het kan wel!’ – Goos )

Augustus, de stad is druk

en beweegt broeierig 

mijn vriend kil is  

vertrokken naar Thursday Motel

daar ouwehoerde we

jongen ouwehoeren tot de ochtend

door ’n kerstnacht, zo met die dagen

van ‘ het kan wel! ‘ en barbecue.

Ik zit stil , beweeg me

nauwelijks de fut is eruit

een oude slang met enkel dorst

ik mis je vriend

lieve vriend, enige vriend 

nu ik alleen drink verliest

ook bij mij de schijn langzaam

maar zeker haar glans.

Dus rij me de stad uit

tot daar

waar het koel is en de grond doodstil

diep gebogen onder het ruisende bladerdek

van je nieuwe vriend de bescheiden Berk

zoemt je naam

in oren van paarlemoer.

S.K. © 2013